Speekseltest bij opsporing drugs in het verkeer
Speekseltest bij opsporing drugs in het verkeer
25 oktober 2008
Minister Eurlings van Verkeer heeft vrijdagavond het startsein gegeven voor een drugspilot, die uit moet wijzen of speekseltesten kunnen worden ingezet bij de opsporing van drugs in het verkeer. Bij een positief resultaat zal de wet worden aangepast, om de test als voorselectiemiddel toe te staan. De bloedproef blijft het wettelijk bewijsmiddel.
Tot op heden is het voor de politie niet gemakkelijk om drugsgebruik bij verkeersdeelnemers snel aan te tonen. Ze moet bij de automobilist gedragstesten uitvoeren en bloed afnemen. Pas wanneer de bloedproef door het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) positief is bevonden, kan tot strafvervolging worden overgegaan.
Dat moet simpeler en sneller kunnen. In een drie maanden durend proefproject wordt verdachte automobilisten gevraagd om op vrijwillige basis deel te nemen aan de speekseltest. Met een staafje wordt speeksel uit de mond weggenomen, waarmee binnen een aantal minuten duidelijk is of de bestuurder drugs heeft gebruikt. Er wordt getest op THC (het werkzame bestanddeel van cannabis), cocaïne, opiaten zoals heroïne en op amfetaminen, waaronder ecstacy.
Ook wordt de autorijder verzocht tot het afgeven van een speekselmonster wat nog eens door het NFI wordt onderzocht. De testresultaten vormen gedurende de pilot geen bewijsmateriaal dat gebruikt kan worden bij strafvervolging. Het doel is slechts meer te weten te komen over de praktische bruikbaarheid en de geschiktheid van de speekseltest. De resultaten worden voorjaar 2009 verwacht.
Het uiteindelijke doel is het verkeer veiliger te maken. Drugsgebruik kan leiden tot vermindering van de concentratie, afwijkend snelheidsgedrag en inadequate reacties op andere weggebruikers. Dit verhoogt de kans op ongevallen. Eurlings: “Drugs en verkeer gaan niet samen. Naar schatting komen er jaarlijks 80 personen om het leven door drugsgerelateerde ongevallen. Het is onaanvaardbaar dat mensen die drugs hebben gebruikt aan het verkeer deelnemen en daarmee zichzelf en anderen in gevaar brengen.”
