Autokopen.nl Snel gevonden!

IAA Frankfurt

62. Internationale Automobil-Ausstellung

13 t/m 23 september

Door: Wim Oude Weernink

2007-09-17

Al het CO2 geschreeuw in Frankfurt dreigde de aandacht voor mijn favoriete thema – toekomstgericht design – naar de achtergrond te verdringen. Een paar topdesigners had echter kans gezien dermate visionaire ideeën om te zetten in automodellen voor morgen en overmorgen dat ik als door een magneet vanuit de milieuhoek naar hun artistiek scheppingen werd getrokken. Let wel, ik schrijf hier niet een verslag van alle studiemodellen die in Frankfurt stonden maar een impressie van een paar in mijn ogen maatgevende voorbeelden.

Zoals: de Volkswagen Up! Hoe verzin je zo’n naam, maar dit terzijde. Volkswagen wil na de achtereenvolgende verkoopflops van de Lupo en Fox eindelijk weer een kaskraker in het kleinste segment neerzetten, zeg maar een echte auto voor het volk. Nota bene met motor achterin, want dat appelleert natuurlijk heel aardig aan het vroegere kevergevoel. De Italiaan Flavio Manzoni, ontwerper van onder andere de Fiat Bravo, Lancia Ypsilon en de onvolprezen Lancia Fulvietta die helaas nooit in productie kwam, tekende het modelletje waarin de toekomstige designexpressie van VW is verwerkt. Dat betekent: geen grote grille meer zoals nu op de Golf, Polo en Passat, maar een brede frontpartij waarin een horizontale omkadering en een prominent VW logo het grafische gezicht bepaalt. De achterwielen staan verder helemaal bij de bumper waardoor de Up! met zijn 345 cm lengte en profil wel een gelijkenis met de Toyota Aygo, Citroen C1 en Peugeot 107 vertoont. Niets mis mee, dat is een beetje de norm voor auto’s in die klasse.

Het idee voor een motor (dwars) achter de achteraslijn is ingegeven door een betere passieve (bots) veiligheid en voetgangers bescherming, zegt VW. Maar ik heb over die motorplaatsing zo mijn twijfels want ondanks ESP en andere elektronische correctiesystemen voor de wegligging wordt zo’n karretje echt topzwaar met vier inzittenden en alle bagage achterin.

Veiligheid was ook een van de vraagtekens die specialisten plaatsten bij het zien van de enige echte mini in Frankfurt, de 298 cm lange (korte?) Toyota IQ. Met plaats voor drie volwassenen en een kind (binnenruimte die door het naar voren schuiven van de passagierstoel ontstaat) was het een van de meest ingenieuze auto’s die ik ooit zag. Maar achterin zit je pal tegen de achterklep en achterruit.

Toyota was zeer terughoudend met het beantwoorden van kritische vragen, doodsbang dat er een dubieuze Chinese fabrikant meeluisterde om het daarna snel te pikken. Maar de oplossing zou volgens een anonieme Toyota bron liggen in de nieuwe generatie airbags met een openingstijd van één-honderdste van een seconde. Dat is nog eens een hoofdkussen! Opel’s Flextreme verdiende voor mij ook een design oscar in Frankfort om de simpele reden dat GM Europe’s avantgarde ontwerper Antony Lo het veelbelovende concept voor een elektrische auto met hulpmotor (mag ik dat als vrije vertaling voor wat GM noemt ‘plug-in electric car with power back-up’ gebruiken?) aankleedde. Flextreme heeft namelijk alle trekjes voor het toekomstige Opel Astra design, inclusief twee praktische zijdeksel boven de bagageruimte in plaats van de obligate grote achterklep. Wat het meeste indruk maakte bij Flextreme was het aantrekkelijke uiterlijk als verpakking voor echt zuinige techniek, met slechts 40 gram CO2 – sorry dat ik het toch weer even noem.

Mijn favoriet heette echter C-Cactus en stond bij Citroen. Ik was niet alleen onder de indruk van het lekker alternatieve uiterlijk of zelfs het energiebesparende diesel-hybride systeem. Vooral onder de simplistische contouren van de C-Cactus school veel interessante innovatie het als doel vereenvoudigde productie, gewichtsbesparing en doelbewust (her)gebruik van materialen. Deze studie waarover chef ontwerper Gilles Vidal me uitgebreid vertelde, weegt namelijk 200 kilogram minder dan een vergelijkbare Citroen C4 met hybride aandrijving en telt een paar honderd minder onderdelen. Voorbeeld: een portierbekleding is normaal gesproken uit 20 onderdelen samengesteld, bij de C-Cactus slechts 2. Het primaire bekledingspaneel is uit een stuk hergebruikt kunststof gestanst, met een grafisch aantrekkelijk motiefje. En er wordt zo veel materiaal – 5 procent van het oppervlak – uitgestanst dat dit ‘afval’ uit twintig panelen goed is voor het vervaardigen van een extra paneel. En wat te denken van een vloerbekleding uit hergebruikt leer. Kijk, dat is nu de essentie van design: niet alleen een leuk carrosserietje ontwerpen maar nadenken over slim materiaalgebruik ten behoeve van de fabrikant (kostenbesparing), de consument (praktische gebruiksmogelijkheden ) en het milieu (voorzichtig omspringen met grondstoffen).

Citroen heeft dus mijn persoonlijke oscar show gewonnen.

Reacties

Reacties
Reacties

(Niet anoniem reageren? Log hier in!)Naam:

Ongewenst bericht, want:

-->

Design in de schaduw

Design in de schaduw
Design in de schaduw
Design in de schaduw

Klik op de afbeelding om te vergroten

Door: Wim Oude Weernink

2007-09-17

Al het CO2 geschreeuw in Frankfurt dreigde de aandacht voor mijn favoriete thema – toekomstgericht design – naar de achtergrond te verdringen. Een paar topdesigners had echter kans gezien dermate visionaire ideeën om te zetten in automodellen voor morgen en overmorgen dat ik als door een magneet vanuit de milieuhoek naar hun artistiek scheppingen werd getrokken. Let wel, ik schrijf hier niet een verslag van alle studiemodellen die in Frankfurt stonden maar een impressie van een paar in mijn ogen maatgevende voorbeelden.

Zoals: de Volkswagen Up! Hoe verzin je zo’n naam, maar dit terzijde. Volkswagen wil na de achtereenvolgende verkoopflops van de Lupo en Fox eindelijk weer een kaskraker in het kleinste segment neerzetten, zeg maar een echte auto voor het volk. Nota bene met motor achterin, want dat appelleert natuurlijk heel aardig aan het vroegere kevergevoel. De Italiaan Flavio Manzoni, ontwerper van onder andere de Fiat Bravo, Lancia Ypsilon en de onvolprezen Lancia Fulvietta die helaas nooit in productie kwam, tekende het modelletje waarin de toekomstige designexpressie van VW is verwerkt. Dat betekent: geen grote grille meer zoals nu op de Golf, Polo en Passat, maar een brede frontpartij waarin een horizontale omkadering en een prominent VW logo het grafische gezicht bepaalt. De achterwielen staan verder helemaal bij de bumper waardoor de Up! met zijn 345 cm lengte en profil wel een gelijkenis met de Toyota Aygo, Citroen C1 en Peugeot 107 vertoont. Niets mis mee, dat is een beetje de norm voor auto’s in die klasse.

Het idee voor een motor (dwars) achter de achteraslijn is ingegeven door een betere passieve (bots) veiligheid en voetgangers bescherming, zegt VW. Maar ik heb over die motorplaatsing zo mijn twijfels want ondanks ESP en andere elektronische correctiesystemen voor de wegligging wordt zo’n karretje echt topzwaar met vier inzittenden en alle bagage achterin.

Veiligheid was ook een van de vraagtekens die specialisten plaatsten bij het zien van de enige echte mini in Frankfurt, de 298 cm lange (korte?) Toyota IQ. Met plaats voor drie volwassenen en een kind (binnenruimte die door het naar voren schuiven van de passagierstoel ontstaat) was het een van de meest ingenieuze auto’s die ik ooit zag. Maar achterin zit je pal tegen de achterklep en achterruit.

Toyota was zeer terughoudend met het beantwoorden van kritische vragen, doodsbang dat er een dubieuze Chinese fabrikant meeluisterde om het daarna snel te pikken. Maar de oplossing zou volgens een anonieme Toyota bron liggen in de nieuwe generatie airbags met een openingstijd van één-honderdste van een seconde. Dat is nog eens een hoofdkussen! Opel’s Flextreme verdiende voor mij ook een design oscar in Frankfort om de simpele reden dat GM Europe’s avantgarde ontwerper Antony Lo het veelbelovende concept voor een elektrische auto met hulpmotor (mag ik dat als vrije vertaling voor wat GM noemt ‘plug-in electric car with power back-up’ gebruiken?) aankleedde. Flextreme heeft namelijk alle trekjes voor het toekomstige Opel Astra design, inclusief twee praktische zijdeksel boven de bagageruimte in plaats van de obligate grote achterklep. Wat het meeste indruk maakte bij Flextreme was het aantrekkelijke uiterlijk als verpakking voor echt zuinige techniek, met slechts 40 gram CO2 – sorry dat ik het toch weer even noem.

Mijn favoriet heette echter C-Cactus en stond bij Citroen. Ik was niet alleen onder de indruk van het lekker alternatieve uiterlijk of zelfs het energiebesparende diesel-hybride systeem. Vooral onder de simplistische contouren van de C-Cactus school veel interessante innovatie het als doel vereenvoudigde productie, gewichtsbesparing en doelbewust (her)gebruik van materialen. Deze studie waarover chef ontwerper Gilles Vidal me uitgebreid vertelde, weegt namelijk 200 kilogram minder dan een vergelijkbare Citroen C4 met hybride aandrijving en telt een paar honderd minder onderdelen. Voorbeeld: een portierbekleding is normaal gesproken uit 20 onderdelen samengesteld, bij de C-Cactus slechts 2. Het primaire bekledingspaneel is uit een stuk hergebruikt kunststof gestanst, met een grafisch aantrekkelijk motiefje. En er wordt zo veel materiaal – 5 procent van het oppervlak – uitgestanst dat dit ‘afval’ uit twintig panelen goed is voor het vervaardigen van een extra paneel. En wat te denken van een vloerbekleding uit hergebruikt leer. Kijk, dat is nu de essentie van design: niet alleen een leuk carrosserietje ontwerpen maar nadenken over slim materiaalgebruik ten behoeve van de fabrikant (kostenbesparing), de consument (praktische gebruiksmogelijkheden ) en het milieu (voorzichtig omspringen met grondstoffen).

Citroen heeft dus mijn persoonlijke oscar show gewonnen.

Reacties

Reacties
Reacties

(Niet anoniem reageren? Log hier in!)Naam:

Ongewenst bericht, want:

sluiten