Wim Oude Weernink
Autojournalist en autohistoricus Wim Oude Weernink weet als geen ander klassieke voertuigen op hun mérites te beoordelen. Bijna ... Lees meer »
De boodschap van een godin
Door: Wim Oude Weernink
2010-02-12
Een jaar geleden zette Citroën de wereld op zijn kop met de aankondiging dat de DS weer terug komt. Waarop diezelfde wereld direct visioenen kreeg van een nieuw retro model waarin je de fameuze gestroomlijnde snoek zou kunnen herkennen. Maar nee, alleen de naam DS zou terugkeren. Want Citroën wilde geen retro. Ik weet inmiddels, sinds afgelopen week na de eerste rijimpressie met de nieuwe DS3, dat de aanduiding DS juist synoniem is aan de anti-retro beweging. Dat vraagt vervolgens om nadere uitleg, wat me meteen de kans geeft een eerste indruk te geven van het model.
Net als andere fabrikanten was het Citroën natuurlijk niet ontgaan hoe BMW met de herboren Mini zo’n ongelooflijk verkoopsucces heeft geboekt. Want was het predikaat ‘premium’ tot nu toe voorbehouden aan peperdure Duitse klasse merken, ineens bleek een ander nieuw publiek geïnteresseerd te zijn in compacte exclusiviteit. Fiat speelde er slim en succesvol op in met de nieuwe ‘500’, net als de Mini een symbool van de nostalgische retro-geest.
Ook binnen het zichzelf enkele jaren geleden qua merkimago hervonden Citroën leefde de gedachte om iets kleins maar fijns op de markt te zetten. De trend naar kleine en zuiniger auto’s was immers al in gang gezet en in dat segment wist het Franse merk goed de weg. Maar hoe maak je iets exclusiefs dat zich onderscheidt van een Mini? Goede vraag. Het antwoord is inmiddels de DS3, de komende jaren gevolgd door de DS4 en DS5.
Anti-retro is het hoofdthema
Wat ik echter wilde weten hoe dat DS-concept tot stand is gekomen en daarvoor ben ik even met Citroën’s projectleider Alain Joseph gaan praten. “We wilden naast de gewone Citroëns een tweede modellijn met meer uitgesproken karakter en toegevoegde luxe waarden op de markt brengen. Op basis van de C3 hebben onze designers toen dit tweedeursmodel ontworpen,” begint Joseph spontaan te vertellen. Maar, vraag ik, die naam DS, wie kwam daarmee op de proppen en hoe zou die worden toegepast? “Dat was een idee van onze toenmalige directeur Gilles Michel. We moesten wel even slikken want DS zou associaties oproepen met de klassieke snoek. Maar Michel zei: nee, DS staat juist voor innovatie. Inderdaad, in 1955, maar ook vandaag.”
Dat klinkt controversieel, een nostalgische retro-achtige naam voor iets heel moderns. Toch is dat precies waar het met de DS modelreeks om gaat. “We hebben na zijn uitleg niet eerst de consument geraadpleegd maar eerst de designers de vrije hand gegeven allerlei frisse en innovatieve ideeën uit te werken. Pas daarna hebben we het aan potentiële consumenten voorgelegd. Zo is de DS3 ontstaan, de anti-retro auto.”
Monroe en Lennon vertellen de boodschap
De DS3 tv-commercials spelen daar op in. Nostalgische iconische persoonlijkheden zoals Marlyn Monroe en John Lennon vertellen in hun al jaren geleden geuite bewoordingen niet terug te kijken, maar in de toekomst te denken. Dat zal wel wat gekost hebben al heeft Citroën daar ervaring mee. De familie Picasso ontving naar verluidt de afgelopen jaren ongeveer drie miljoen euro voor het naamgebruik van de beroemde Spaanse kunstenaar op de C3- en C4 Picasso.
De DS3 kun je zodoende met geen mogelijkheid vergelijken met de Mini of de Alfa Romeo MiTo waarin ook wat nostalgie is verwerkt. De DS3 is met zijn typische zijflanken waarin de middenstijl als een haaienvin omhoogsteekt en het vlakke dak met zijn achterspoiler als van een achterstevoren zittende cap het silhouet bepaalt, behoorlijk eigenzinnig. Het idee om met twee kleuren te variëren is niet nieuw, wel de manier waarop dat is uitgevoerd.
Subtiele printmotieven geven de kleuren karakter
Met kunststofproducent 3M werden speciale printmotieven bedacht en uitgevoerd, zoals een zwart dak met witte stippen voor de wilde gele DS3 of het subtiele motief van Nieuw-Zeelandse Maori stammen voor het lichtblauwe dak op de witte versie. De dashboards zijn in de exterieurkleuren gespoten en naast een reeks standaard combinaties kan de klant kiezen uit meer speciale printmotieven voor het dak.
Alain Joseph geeft toe dat de DS3 een risico is want niet volgens traditioneel marktonderzoek tot stand is gekomen. Toch heeft de fabriek een capaciteit om er 100.000 per jaar van de gaan maken. Of dat lukt is niet aan mij maar aan de klant. Ik heb er een ochtend mee rondgereden, niet rond een luxe Spaanse golf-resort maar gewoon in haar natuurlijke habitat, het verstikkend drukke Parijse stadsverkeer. Waar de herboren godin van Citroën zich net zo lekker voelde als haar volgeling die genoot van dit nieuwe en verfrissende voorbeeld van Franse automobiele chique.

