Willem van den Elskamp
Autojournalist Willem van den Elskamp schrijft wekelijks over auto’s en alle aanverwante zaken die het lezen waard zijn. Altijd actueel en altijd... Lees meer »
Fifty-fifty
Door: Willem van den Elskamp
2010-02-18
Als zelfbenoemd Spyker-watcher wilde ik vrijdag 12 februari graag de aandeelhoudersvergadering van het meest besproken Nederlandse autobedrijf bijwonen. CEO Victor Muller had echter besloten geen pers tot deze belangrijke bijeenkomst toe te laten. Dus stond ik met nog 25 journalisten, fotografen en cameramensen letterlijk en figuurlijk ‘in de kou’ te wachten tot er witte rook (in welke vorm dan ook) uit het pand aan de Edisonweg 2 in Zeewolde zou komen.
Wat gebeurt er als je met 25 collega’s ‘de wacht houdt’? Je bespreekt eerst eens serieus alle recente ontwikkelingen rond de Spyker-Saab-samenwerking. Je peilt de stemming; legt je oor te luister en probeert het laatste nieuws te achterhalen.
Plaatje
Ik bleek te laat te zijn gearriveerd om de intocht der gladiatoren te kunnen gadeslaan. Maar werd door de collega’s even bijgepraat. Victor Muller en Saab-topman Jan-Ake Jonsson waren rond een uur of negen aangekomen in – let op, belangrijk detail – een Mercedes! Dus geen Saab...
Bij het hek waren ze even uitgestapt en hadden met het aanwezige journaille wat woorden gewisseld, zonder iets inhoudelijks te melden. Wel was bevestigd dat de pers niet naar binnen mocht. Maar de fotografen en cameramensen hadden hun eerste plaatje. En er werd koffie beloofd.
Vervolgens kwamen er tientallen aandeelhouders aangereden. Als het enigszins mogelijk was, kregen die een microfoon onder hun neus en werd hen een statement gevraagd. Dat leverde natuurlijk de voorspelbare reacties op, in te trant van: “Ik hoop maar dat de deal doorgaat, dan krijg ik misschien ooit een Saab met korting, want een Spyker is me voorlopig nog te duur.”
Polderhumor
Prominent aanwezig waren twee cameraploegen van de SVT (Sverige TV, Zweedse tv). Toen eenmaal het eerste rondje koffie langs kwam en de meligheid al ietwat toesloeg, brachten de Nederlandse journalisten met hun koffiebekers een toast uit naar de Zweedse collega’s met de tekst: “Thank you, Swedish Taxpayers”. Zo viel er nog wat te lachen in de polder.
Ook het feit dat er van de twee vlaggenmasten bij het pand nog één leeg was (aan de andere wapperde een Spyker-vlag), leidde tot melige speculaties. Gaat Jan-Ake daar na het ja-woord van de aandeelhouders de Saab-vlag hijsen? En wordt die dan helemaal in-top gehesen, of slechts halfstok?
Herrie
Van alle in Zeewolde aanwezige perslieden, bleek ik de enige die in najaar 2000 bij de oer-onthulling van de eerste Spyker op de Birmingham Motor Show was; de enige journalist die wel eens echt in zo’n Spyker-bolide heeft gereden en de enige die bij een GM-Saab persevenement wel eens met Jan-Ake Jonsson aan tafel had gezeten. Dat gaf me extra status. Dan gaan journalisten ineens een andere journalist interviewen. Ik moest al die ervaringen nog eens in geuren en kleuren opdissen. Dat ik ooit op een door Spyker georganiseerde testdag vanuit het pand in Zeewolde een stukje mocht sturen met de enige toen beschikbare testwagen. Dat rijden ging samen met ontwerper-techneut Maarten de Bruin, die toen nog samen met Victor Muller de fabriek leidde.
Voordat ik aan de beurt was, mocht een geïnteresseerde klant ook een stukje sturen. Die klant was Roel Pieper, die had toegezegd een Spyker te kopen. Maar er naar verluidt later toch maar van afzag. Of dat iets met de testrit te maken had, vermeldt de geschiedenis niet.
Maarten de Bruin wist in de polder een lekker stille weg, waar ik de Spyker vol gas over het toch nogal hobbelige wegdek mocht jagen. Twee zaken herinner ik me nog goed: allemachtig wat zit je laag; allemachtig twee: wat maakte die motor een heerlijke, heftige, hitsige herrie.
Weddenschappen
Uiteraard heb ik bij de Zweedse collega’s geïnformeerd hoe de driehoeksverhouding Spyker-GM-Saab in Zweden is aangekomen. Daaromtrent blijken de meningen – net als elders – behoorlijk verdeeld. En het hangt er vooral ook vanaf met wie je spreekt. Zweden blijkt hierbij verdeeld in twee fanclubs: Saab-supporters en Volvo-vrienden.
In het Saab-bolwerk bij Trollhättan kan Victor Muller natuurlijk niet meer stuk. Niet voor niets stond er bij het bekend maken van de deal ‘Victor for Victory’ op een spandoek van de Saab-werknemers. En de Saab-fans zijn vol goede moed op het slagen van de samenwerking. In Volvo-kringen is men in Zweden stukken sceptischer. ‘Eerst zien, dan geloven’ is daar het motto. Er zijn al weddenschappen afgesloten over wanneer Saab toch nog omvalt.
Volgens de Zweedse collega’s is de stemming in Zweden nu ongeveer fifty-fifty. Maar er moeten snelle concrete maatregelen zichtbaar worden over hoe het verder gaat met Saab. Anders kan de publieke opinie nog wel eens gaan kantelen. Velen vragen zich namelijk ook af waarom de Zweedse overheid zich garant stelt voor 400 miljoen euro subsidie voor een in wezen noodlijdende fabriek, die al decennia een kwakkelend bestaan lijdt. Wordt vervolgd.

