Jetstream 31

Jan Wolkers laat in Turks Fruit de vader van de hoofdpersoon zeggen: “Ken je die mop van die jongens die naar Parijs gingen? Zij gingen niet”. Iets vergelijkbaars overkwam afgelopen week een groep van vijftien journalisten. Ze gingen naar Dubrovnik, maar ze kwamen er nooit aan.

Op papier zag het er zo mooi uit: de introductie van een kakelvers automodel in en om de stad Dubrovnik, bijna in de zuidelijkste punt van Kroatië. Alleen een paar fraaie toeristenplaatsjes, zoals Sveti Stefan en Budva liggen nog zuidelijker, dan kom je bij de grens van Albanië.

Charter
In de uitnodigingbrief voor deze persreis stond aanlokkelijk beschreven dat voor de vlucht van Schiphol-Oost naar ‘de parel van de Adria’, zoals Dubrovnik liefkozend in de vakantiefolders wordt genoemd, een vliegtuig was gecharterd om de persgroep comfortabel en veilig naar de bestemming te brengen. Dus had ik me aangemeld. Een 24-uurs verblijf in de buurt van Dubrovnik zag ik wel zitten. In het achterland konden we zalig tuffen met de jongste telg van een merk uit de ‘merken top tien’. Ik had er wel zin in.

Turboprop
Die zin werd al minder toen ik het reisschema kreeg. Omdat het chartervliegtuig de afstand Amsterdam – Dubrovnik niet in één keer kon afleggen, was er een tussenstop gepland in het Oostenrijke Linz. Daar zou nieuwe kerosine worden ingeslagen. Daarmee kon de Jetstream 31 dan de Julische Alpen overbruggen om vervolgens in een lange glijvlucht langs de Adriatische kust op het vliegveld van Dubrovnik aan te koersen.

Toen enkele collega’s vernamen dat er zowel op de heen- als terugreis een tussenstop was gepland en dat de ‘comfortabele en veilige’ vliegmachine een lawaaiige turboprop zou zijn, haakten zij af. Zij kozen alsnog voor de gelijktijdige introductie van een nieuw model van een ander merk in Kopenhagen.

Circusact
Voor sommige lieden van de groep die van Schiphol-Oost vertrok, begon de dag al vroeg. Want de Brabo’s en Limbo’s moeten natuurlijk rekening houden met de eventuele files vanuit het bourgondische zuiden naar het Wilde Westen. Bij een kopje koffie in de Mondriaan-lounge werd de voetbalwedstrijd Nederland – Zweden van de vorige avond nabeschouwd. Daarna vooral niet vergeten nog even de blaas te legen. Aan boord van zo’n Jetstream valt het aftappen van overbodige lichaamssappen namelijk in de categorie ‘circusact’.

Verklikkerlicht
Eenmaal in de lucht deelde de PR-man van het automerk de royaal gevulde ontbijtplates uit. Daarop was niet beknibbeld. Ondertussen werd duidelijk dat de tussenstop niet in Linz zou plaatsgrijpen, maar in Augsburg in de Vrijstaat Beieren. Tot dan was er niks aan het handje. Maar na de tankstop bleef in de cockpit een rood lichtje branden. Vanwege de airco van de drukcabine of zoiets. Ook na het doorspitten van het boordboek en telefonisch overleg met allerlei techneuten, kon de bemanning het euvel niet oplossen. Het verklikkerlicht bleef aan.

Wat te doen? Doorvliegen met die Jetstream was geen optie. Wellicht kon een ander vliegtuig ons komen ’redden’. Zodat we in de loop van de middag Dubrovnik alsnog konden bereiken. Dat lukte uiteindelijk evenmin. Als er al een vliegtuig kon komen, dan zou dat zoveel tijd kosten dat we niet voor het donker in Dubrovnik aankwamen. Wat voor de cameramannen en fotografen tot schimmige beelden zou leiden. Waarop niemand zit te wachten. Uiteindelijk werd besloten met vijf taxi’s van Augsburg naar het vliegveld van München te vertrekken. Daar kocht de PR-man vijftien tickets voor een Lufthansa-vlucht van München naar Schiphol. Met aansluitend een busreisje van de Schiphol-terminal naar Schiphol-Oost stonden we ’s avonds om half acht weer op de plek waar we elf uur eerder vertrokken waren.

Moraal
“Deze reis verdient de originaliteitsprijs”, zei een collega bij het afscheid nemen op Schiphol-Oost tegen de PR-man, die ongetwijfeld in het gezelschap van de vaderlandse autopers wel eens een leukere dag had meegemaakt. En hele dag onderweg: het nieuwe automodel niet gezien, dus ook geen publiciteit in de media en waarschijnlijk kreeg hij de rekening van het hotel in Dubrovnik met alle bijgaande kosten, toch nog wel op zijn bureau.

Wat is de moraal van dit verhaal? Wel: ook een slechte persreis kost geld! Naar verluidt kostte het charteren van de Jetstream 33.000 euro. Een chartervliegtuig dat de afstand Amsterdam – Dubrovnik in één ruk zou afleggen, zou 44.000 euro gekost hebben. Voor 11.000 euro méér zou de reis dus waarschijnlijk sneller, beter en comfortabeler zijn verlopen. Het verschil tussen een slechte persreis en een goede persreis is in dit geval dus toch echt wel te overzien. Temeer daar er nu nog extra taxikosten van Augsburg naar München plus de vijftien tickets van München naar Amsterdam bijkwamen.

Belediging
Waarbij ik me dan tevens afvraag waarom een importeur bezuinigt op een persreis die veel geld aan free-publicity oplevert. Terwijl deze en andere importeurs wel bakken geld uitgeven aan advertenties en tv-spotjes, waarvan je je maar moet afvragen wat dat feitelijk oplevert. Ik ben zelfs zo vrij om het charteren van zo’n krakkemikkig vliegtuig voor de autopers als een belediging voor onze beroepsgroep te beschouwen. Als je gasten uitnodigt, dan verzorg je hen zo goed mogelijk en laat het hen aan niets ontbreken. Toch? Het inzetten van een turboprop valt daar niet onder. Ervaren autojournalisten wisten dat al lang. Het werd opnieuw bewezen.