Stekker

De hamvraag tijdens de beurs Ecomobiel in Rotterdam eerder deze week luidde: wanneer gaat het nu echt gebeuren? Twee jaar geleden begon de hype rond elektrische auto’s tot enorme proporties te groeien. Er werden proeftuinen en investeringsprojecten aangekondigd, en ook verkoopprognoses afgegeven. Vanaf 2011 zou het allemaal gaan beginnen: het jaar van de waarheid brak aan. Dus was ik benieuwd naar de stand van zaken want op Ecomobiel, in de Van Nelle ontwerpfabriek, trof iedereen elkaar die maar iets met Volts, Ampere’s en accu’s voor auto’s te maken had. Een van onze PR-prinsen opende de tentoonstelling, de nieuwe spelers spraken elkaar in een open discussie van het PEM (Platform Elektrische Mobiliteit) en een dag later werd nog eens stevig gecongresseerd.

Ik heb er desondanks niet alle antwoorden gekregen op mijn vragen. Wanneer zijn de eerste auto’s te koop, wat gaat het allemaal kosten en waar kan ik mijn accu’s laden. Punt één: Peugeot, Citroën en Mitsubishi zijn de eersten die in december hun compacte stads EV’s op de markt brengen. En Nissan gaat dan zijn Leaf EV’s uitleveren. Andere merken komen pas over een of twee jaar met proefseries. Genoemde merken hebben hun prijzen al wel bekend gemaakt: 35.164 euro voor de Peugeot Ion en Citroën C-Zero en 32.830 voor de identieke Mitsubishi i-MIEV. De Leaf gaat 32.839 euro kosten, allemaal inclusief BTW. Dat zijn forse bedragen, vergeleken met normale benzinemodellen ongeveer een kleine 20.000 euro duurder.

Dat ga je als particulier natuurlijk niet meteen neertellen, niet in de laatste plaats omdat er nogal wat subsidieregelingen op elektrische auto’s worden losgelaten. Amsterdam spant de kroon, daar krijg je 50% van de meerprijs van een elektro-auto ten opzichte van een conventionele wagen als subsidie, tot een maximum van 10.000 euro. Leuk meegenomen. Je vindt zo’n subsidie ook terug in de leaseprijzen want fabrikanten willen die eerste elektrische auto’s het liefst verhuren om latere inruil en technisch beheer in eigen hand te houden. Zo kost een Peugeot Ion officieel 549 euro in de maand ‘als leasebakje’. Woon je in Amsterdam dan gaat dat bedrag naar beneden tot 380 euro. Je hebt de komende jaren bovendien geen fiscale bijtelling en betaalt geen motorrijtuigenbelasting. En om de stroomtarieven hoef je het niet te laten, die zijn een fractie van de benzinekosten.

Buiten de Randstad is er echter nog bar weinig activiteit om EV-rijden te stimuleren. Niet met behulp van subsidie en al helemaal niet als het gaat om laadpunten om je accu’s thuis of onderweg met een lekkere stroomstoot weer van energie te voorzien. Want na 150 kilometer rijden (officiële opgaaf, in de praktijk doorgaans al na een kilometer of 90) is de fut eruit en moet een EV even aan het elektrisch infuus.

Daarmee komt dan de aap eindelijk uit de mouw. Politiek en andere instanties roepen om het hardst dat er elektrische auto’s moeten komen. Maar de autobouwers zeggen – terecht – dat er nog niet voldoende laadmogelijkheden zijn. Dat is dus een vraag van de kip of het ei – wie was er als eerste? Amsterdam heeft daarin het voortouw genomen want naast de subsidieregeling worden in de hoofdstad in rap tempo elektrische laadpunten aangelegd. Maar Amsterdam is Nederland niet. En omgekeerd. Kijk, en als we willen dat de elektrische auto snel wordt geaccepteerd, dan moeten die laadmogelijkheden er heel gauw komen. Vooral buiten de Randstad. Elektrische auto’s zijn er namelijk al.