Een Jeep herken je aan zijn hoekige vormen en simplistische lijnen. De ruige uitstraling en Amerikaanse ‘look’ hebben een speciale aantrekkingskracht. De Compass is hierop een uitzondering, want dit buitenbeentje is met zijn aparte snuit nooit uit de schaduw van de andere Jeeps weggekomen. Een nieuwe neus, een rigoureus aangepakt interieur en een vernieuwd motorenpalet moeten voor een nieuwe koers zorgen. Weet Jeep de vernieuwde Compass nu de juiste richting op te sturen?

Met slechts 19 verkochte exemplaren van de Jeep Compass in Nederland in 2010 komt de facelift als geroepen, als de compacte SUV niet helemaal in de vergetelheid wil raken. De voorzijde is aanzienlijk verbouwd, zoals Amerikanen dat graag zien. De neus oogt harmonieuzer, strakker en heeft veel weg van die van de Grand Cherokee. De op de voorschermen liggende motorkap is gebleven, net als de grote naad tussen deze twee carrosseriedelen. De horizontale grijze balk op de achterbumper heeft wel het veld geruimd. De Compass oogt na de ‘nosejob’ evenwichtiger en aantrekkelijker dan voor de facelift – vooral in deze blauwe kleur.

De neus oogt harmonieuzer en heeft veel weg van die van de Grand Cherokee

Ruim en hoog zitten

Voor Europese begrippen is de algehele kwaliteitsindruk van het interieur nog steeds middelmatig – geen enkel dashboarddeel voelt enigszins zacht of verfijnd aan. Ook de afwerking is op sommige delen voor verbetering vatbaar. Zo loopt er zichtbaar een kabel vanaf de automatisch dimmende binnenspiegel naar het plafond, het was blijkbaar teveel moeite om een kunststof kapje te plaatsen. Een ander voorbeeld: de binnenkant van de achterklep is voorzien van een dunne afdekplaat, die aanvoelt alsof ‘ie met een paar schroefjes vastzit. Als het om het ontwerp gaat is het dashboard er wel op vooruit gegaan. Het stuurwiel en enkele bedieningsknoppen zien er goed uit en de algehele ‘look’ van het dashboard is een stuk fraaier dan voorheen.

Het prettige aan deze en andere Jeeps is de hoge zit. Ondanks dat de wagenlengte vergelijkbaar is met die van een Volkswagen Touran, heb je veel meer het gevoel alsof je in een grote auto rijdt. De stoelen bieden vrij weinig zijdelingse steun en het leder oogt bijzonder goedkoop, maar de zitting is lekker zacht. De zithouding is door het ontbreken van een diepteverstelling voor het stuurwiel niet optimaal, maar acceptabel. Het zicht rondom is goed en aan bewegingsruimte geen gebrek. Dat geldt vooral voor de achterpassagiers, zolang dat er twee zijn. Door de vierwielaandrijving loopt er een forse middentunnel naar achteren, waarop ook nog eens twee bekerhouders zijn gemonteerd. Daarom is het voor een vijfde persoon niet al te prettig om plaats te nemen in het midden.

Pas als het gaspedaal flink wordt ingetrapt, zit er enige vlotheid in de Compass.

De kofferbak heeft met 328 liter weinig ruimte, concurrenten als de Toyota RAV4 en Hyundai ix35 bieden toch al gauw twee keer zoveel liters. De Compass zit dus redelijk snel vol als je tot aan het afdekscherm spullen inlaadt. Onder de kofferbak zit nog een flinke ruimte, maar die wordt volledig bezet door een volwaardig reservewiel. Uiteraard kunnen de achterste rugleuningen plat en zo creëer je een bruikbare 1.269 liter aan opbergruimte.

Rustig aan

Motorisch gezien zijn er bij de facelift enkele wijzigingen doorgevoerd, waarbij de tweeliter benzinemotor met voorwielaandrijving een interessante nieuwkomer is. Ik rijd met de 170 pk sterke 2.4, die hier vierwielaandrijving en een CVT-automaat (niet leverbaar op de 2.0) heeft. Dit blok weet op geen enkel front echt te imponeren en voelt loom en traag aan. Pas als het gaspedaal flink wordt ingetrapt, zit er enige vlotheid in de Compass. Dat gaat gepaard met een enorm hoog toerental en een typisch CVT-gezoem, dat sterk in het interieur doordringt. Het grootste nadeel is dat het brandstofverbruik daardoor flink omhoog schiet. Zelfs bij een zeer kalme rijstijl en veel snelwegkilometers moet ik genoegen nemen met een gemiddeld verbruik van net 1 op 10. Veel zuiniger is ‘ie bijna niet te krijgen, onzuiniger des te gemakkelijker. En dat terwijl het toerental op de snelweg keurig onder de 2.500 tpm blijft.

Waar je met voorwielaandrijving jezelf meteen vast rijdt, gaat de Compass moeiteloos door

De vierwielaandrijving en de hoge koets zijn hier uiteraard debet aan, daarom moet je goed overwegen of je de vierwielaandrijving wel echt nodig hebt. In Zwitserland of Oostenrijk kan deze voorziening handig zijn. Feit is dat de vierwielaandrijving (die je overigens ook kunt uitschakelen) zijn nut bewijst op zanderige en modderige wegen. Waar je met voorwielaandrijving jezelf vrijwel meteen vast rijdt, gaat de Compass met ingeschakelde 4WD moeiteloos door het zachte zand dat we aantreffen op de fotolocatie.

De stoelen, maar ook de combinatie van motor en transmisse geven eigenlijk al aan waar de Compass voor bedoeld is: rustig rijden. Dat blijkt wel als ik de Jeep in een bocht de sporen geef, dat wordt namelijk genadeloos afgestraft met hevig overhellen en onderstuur. Zolang je geen gekke fratsen uithaalt, is de Compass best een prettige reisauto. Dat komt voornamelijk door het op comfort afgestelde onderstel. Op korte oneffenheden is de demping wel wat aan de harde kant, maar daar blijft het wel bij. De besturing is ook vooral gericht op comfort. Dat houdt in: licht sturend bij lage snelheden en een tikkeltje zwaarder op de snelweg. Wel is de besturing vrij gevoelloos en vaag rond de middenstand, iets wat zijn Amerikaanse roots benadrukt.

Verwachting en waardering

Met de flink aangepakte neus en het opgeknapte dashboard kan ik mij voorstellen dat Jeep meer aantallen van haar Compass kan afzetten, de auto oogt immers een stuk aantrekkelijker. Toch blijft het een SUV voor een relatief selecte groep. Qua rij- en stuurgedrag is de Jeep niet echt concurrerend en hetzelfde geldt voor de gebruikte materialen en afwerking in het interieur. Het gereden testexemplaar kost iets meer dan 37.000 euro en daarvoor kun je ook bij de Aziatische merken shoppen, die op diverse fronten toch echt beter zijn. Dat neemt niet weg dat de Compass voldoende zitruimte, comfort en vooral een eigen look heeft. Je moet niet teveel van de Compass verwachten, maar Jeep kiest haar eigen richting en die waardeer je of niet.