Lotus Simplify, then add lightness

Aan de basis van ons DNA ligt Colin Chapmans obsessie met lichtgewicht. "Vereenvoudig, en voeg dan lichtgewicht toe", zei hij. Chapman hanteerde deze filosofie lang voordat het minimalisme in de mode kwam. Zelfs tegenwoordig is ons bekende 'lichtgewicht laboratorium' nog altijd de kern van ons bedrijf.

Lees meer

Fotoreportages

AutoRai 2015: Britse blits

Als je van Britse (sport)auto’s houdt dan zit je goed op de AutoRai. Noble, Zenos en McLaren zijn aanwezig met bijzondere primeurs.

Lees meer

Autotests

Lotus Evora S 2+2

De Lotus Evora S is misschien niet de meest verfijnde automobiel, maar geeft wel een ‘old skool gevoel’ dat je nog maar weinig ziet. In dit tijdperk van elektrische stuurbekrachtigingen en andere moderne technieken is het ‘analoge’ gevoel van de Evora juist wat ‘m zo typisch Lotus maakt.

Lees meer

Over Lotus

Aan de basis van ons DNA ligt Colin Chapmans obsessie met lichtgewicht. "Vereenvoudig, en voeg dan lichtgewicht toe", zei hij. Hij hanteerde deze filosofie lang voordat het minimalisme in de mode kwam. Zelfs tegenwoordig is ons bekende 'lichtgewicht laboratorium' nog altijd de kern van ons bedrijf.

Daarbij geven we dagelijks een nieuwe definitie aan 'lichtgewicht': minder maar sterkere componenten gebruiken, de laatste generatie composietmaterialen toepassen en continu streven - niet slechts in woorden maar vooral in daden - naar het realiseren van de Lotus lichtgewicht filosofie.

Historie

Lotus is het automerk van de gelijknamige Britse sportwagenfabrikant. In het logo staan, boven de merknaam, verschillende letters. Dit zijn de initialen van de grondlegger van Lotus, ingenieur Colin Chapman. Al vier jaar voor de stichting van de Lotus Engineering Company (in 1952) bouwde Chapman een auto, de Mark 1. Voorzien van slechts een boormachine verbouwde hij hiervoor een Austin Seven uit 1930.

Met de Mark 2, Chapman’s eerste auto die goed genoeg was voor de weg, won de koper onmiddelijk de Wrotham Cup. Daarop besloot Chapman de Mark 3 speciaal voor het circuit te ontwerpen. Vanaf nu werden zowel wedstrijd- als productieauto’s gemaakt.

Chapman wilde de auto’s zo licht mogelijk houden. Dat deed hij met slimme technologie als de zelfdragende motor en door innovaties zoals het aluminium chassis. Daarnaast gooide hij alles uit de auto dat overbodig was. Zodoende hadden veel Lotus auto’s bijvoorbeeld geen stuurbekrachtiging.

Lotus Seven

Het bedrijf, dat inmiddels Lotus Cars heette, kwam in 1957 met de Lotus Seven. Het was een gesloten auto voor de weg, goed geproportioneerd, zonder toeters of bellen. De Seven kostte weinig maar leverde formidabele prestaties. De auto was tevens leverbaar als bouwpakket. Dat alles maakte de Lotus Seven tot een groot succes.

Er zijn drieduizend exemplaren van de Lotus Seven gebouwd, in vier series. Vanwege het succes gingen meer bedrijfjes Seven-achtige auto’s bouwen, zoals Donkervoort in Nederland. In 1973 verkocht Lotus de rechten van de Seven aan Caterham. Dit bedrijf bouwt nog altijd de 'Caterham Seven'.

Lotus Elite

1957 was een goed jaar voor Lotus Cars, dat toen ook de Lotus Elite presenteerde. Deze eerste straatauto van Lotus had een volledig zelfdragende carrosserie. Chapman had voor een aluminium motor gekozen die oorspronkelijk door de brandweer gebruikt werd om water te pompen. Tussen 1957 en 1963 zijn ruim duizend Elites verkocht. Opvolger Elan (vanaf 1962) bleef 11 jaar in productie. Het lichtgewicht chassis bleef tot 2004 in gebruik bij de Lotus Esprit.

De Lotus Europa was het eerste model dat voorzien werd van een middenmotor. De eerste motor was afkomstig uit een Renault 16, opgevoerd tot 78 pk. Het uiteindelijke topmodel had een speciale twin cam (dubbele nokkenas) motor van 126 pk. Bijzonder geliefd was het John Player Special-type, dat net als de Formule 1-auto’s van Lotus in zwart met goud was uitgevoerd.

Lotus Team

In 1954 werd het Lotus Team opgericht, het raceteam van het automerk. Het behaalde direct successen dankzij de aerodynamische, ‘platte’ Lotus Mark 8. De auto bereikte een topsnelheid van 200 kilometer per uur.

Vanaf 1958 deed Lotus mee met de Formule 1-races. In 1960 behaalde het team haar eerste Grand-Prix overwinning met Stirling Moss aan het stuur van de Lotus 18. In 1963 volgde het eerste Formule 1-kampioenschap, met dank aan coureur Jim Clark. Helaas verloor Lotus-coureur Jim Clark in 1978 het leven tijdens de Formule 2.

Toen F1-deelname in 1994 werd onderbroken, had Lotus zes Formule 1-overwinningen voor coureurs behaald en zeven voor constructeurs. Het team had veel bekende piloten onder contract gehad. Onder meer Emerson Fittipaldi, Mario Andretti, Ayrton Senna, Nigel Mansell, Nelson Piquet en Mika Häkkinen reden voor het team.

Sinds 2010 doet Lotus weer mee aan de F1, zij het niet officieel gesteund door de merkeigenaar, de Maleisische autobouwer Proton. Onder de namen Lotus Racing en Lotus Renault GP beconcurreert het ene team zelfs het andere.

Tuning

Lotus Cars bouwde niet alleen haar eigen sportwagens. Regelmatig tunede Lotus auto’s voor andere fabrikanten. Een voorbeeld is de Ford Cortina, die onder meer een twin cam motor en aluminium panelen kreeg. Met de Type 28 Lotus Cortina won Ford het British Saloon Car Championship (Britse personenauto kampioenschap) van 1963.

Verder sloot Lotus in 1978 een overeenkomst met De Lorean. Lotus leverde ontwerp- en ontwikkelingsexpertise om de De Lorean DMC-12 te vervolmaken. In 1981 won Talbot Sunbeam het wereldkampioenschap rally met een Lotus Sunbeam. Van de kleine hatchback met 2,2 liter Lotus-blok en een ZF-versnellingsbak werden zo’n 2.500 productieauto’s gemaakt.

Een ander succes vond plaats in de periode dat General Motors eigenaar was van het merk Lotus (1986-1993). De Opel Omega werd omgebouwd tot snelste sedan voor de weg. Naast de opgevoerde motor en twee turbo’s kreeg de Lotus Omega een zesversnellingsbak uit de Chevrolet Corvette ZR-1, die ook door Lotus was ontwikkeld. Met een topsnelheid van ongeveer 300 kilometer per uur en de 0-100 sprint in minder dan 6 seconden was de Omega inderdaad een snelheidsduivel.

Samenwerking

Tegenwoordig werkt Lotus met meerdere bedrijven samen. Zo leverde het merk onderdelen, met name ondersteltechnologie, en kennis aan het Nederlandse merk Spyker. Lotus wil gaan samenwerken met lifestyle- en tuningmerk Abarth. De nieuwe generatie Lotus Elise wordt uitgewerkt tot roadster, het eerste Abarth-model dat niet van een Fiat zal zijn afgeleid.

Ook externe autobouwers maken gebruik van de Lotus Elise. Zo was de elektrische Tesla Roadster gebaseerd op de (huidige generatie) Elise. Overigens voorziet ook het Nederlandse Electric Cars Europe (ECE) de Elise op verzoek van een elektrische aandrijving.

Lotus Elise

Het merendeel van het huidige Lotus-aanbod is in feite een variatie op de Lotus Elise. Deze auto is al een hit sinds de introductie in 1996. Binnen een jaar rolde het duizendste exemplaar van de lopende band. Het productievolume werd van 800 naar 2.500 stuks per jaar opgeschroefd. De auto, met gelijmd aluminium chassis en polyester carrosserie, woog maar 680 kilogram. Daarom was een motor van 118 pk voldoende om een top van 210 kilometer per uur te halen.

De hedendaagse Elise (MK2) heeft een Toyota-motor van 190 pk. De Eco Elise is lichter, schoner en zuiniger – met andere woorden, groener dan de gangbare Elise. Er is ook een Sports Racer variant. De straatversie daarvan is de Lotus Exige. Vanaf 2006 is ook de Exige Cup te koop, in verschillende varianten. Het is een sportcoupé voor het circuit en de weg.

Dan is er nog de Lotus 2-Eleven, de overtreffende trap van de Elise. De pk-gewichtsverhouding is gelijk aan die van de raceauto’s waarmee Lotus in de jaren ’60 deelnam aan het Formule 1-racen. Binnen 3,9 seconden staat de kilometerteller al op 100 kilometer per uur. Alleen in Groot-Brittannië wordt een straatversie verkocht; de Lotus 2-Eleven is feitelijk een circuitauto.

Een minder extreme variant van de Elise/Exige was de Lotus Europa S. Deze tweezits Grand Tourer was vooral bedoeld als een comfortabel Lotus-model, met gemakkelijke instap en meer bagageruimte. Het topmodel was de Europa SE. Wegens tegenvallende verkoopresultaten verdween de Europa van de markt.

Eind 2010 presenteerde het Britse merk vijf conceptcars die de nieuwe generatie sportauto’s aankondigt. Het waren het instapmodel Elise, de Elan, Elite en Esprit, plus de nieuwkomer Eterne, een vierdeurs coupé. Pas in 2015 verschijnen de productieversies. Die zijn dan wel een stuk schoner dan de huidige generatie. Van sommige modellen komen ook hybride uitvoeringen op de markt.

Evora

Sinds de jaren negentig hebben Maleisische bedrijven, waaronder moederbedrijf Proton, een meerderheidsbelang in Lotus. In 2005 splitste Proton het Britse bedrijf op in Group Lotus (autoproductie) en Lotus Engineering (technische ontwikkeling). De Lotus Engineering-centra hangen nog steeds de filosofie aan van oprichter Colin Chapman: het ontwerpen van lichtgewicht auto’s die technisch innovatief zijn maar vooral plezierig om in te rijden.

Onder de codenaam ‘Project Eagle’ werkte Lotus Engineering jarenlang aan een geheel nieuw model, de Lotus Evora die in 2009 werd gepresenteerd. Met deze lifestyle sportauto, ook verkrijgbaar als vierzitter, wil Lotus kopers trekken die meer comfort en luxe willen. Zo hoef je niet langer een slangenmens te zijn om in- en uit de auto te stappen. De uitvoering Evora S is in staat om sportwagen prestaties neer te zetten.

De Evora is gebaseerd op de Lotus Versatile Vehicle Architecture (VVA, veelzijdige voertuig architectuur), die een aantal bestaande Lotus-technologieën bundelt. Samen leveren ze een standaardstructuur op die uitgebouwd kan worden tot verschillende automodellen. Hiermee bezuinigt Lotus op de ontwikkelingskosten en materialen. Het bedrijf kan, dankzij VVA, ook snel leveren aan de markt. Ten slotte kunnen andere autofabrikanten modellen ontwikkelen die aansluiten op de architectuur. Lotus treedt dan op als leverancier van onderdelen.

CityCar

Na er 15 jaar op toegelegd te hebben, wil Proton het merk Lotus nu eindelijk winstgevend maken. Daarnaast moet ook de CO2-uitstoot worden gereduceerd. De compacte, elektrisch aangedreven CityCar – oorspronkelijk ontworpen om door te verkopen – gaat daarom bij Lotus zelf in productie en verkoop.

De CityCar kan 60 kilometer volledig elektrisch rijden maar is voorzien van een ‘range extender’, een motortje dat stroom opwekt om de batterijen tijdens het rijden op te laden. Zo kan de CityCar 500 kilometer rijden voordat ‘ie aan het stopcontact moet. In elektrische modus worden er geen schadelijke gassen uitgestoten; de gemiddelde CO2-uitstoot komt uit op 60 g/km.

Milieu

Ook in samenwerking met de Britse overheid en andere partners houdt Lotus Engineering zich bezig met de ontwikkeling van auto’s met een lage CO2-uitstoot. Voor het Zero Emission London Taxi Commercialisation project voorziet Lotus een vloot taxi’s van brandstofcellen.

In ons land demonstreerde het merk de Lotus Exige 270E Tri-Fuel, rijdend op onder meer tweede generatie biobrandstoffen, plantaardig afval dus. Inmiddels worden de standaard Elise en Exige zodanig aangepast dat ze minder brandstof verbruiken en dus ook minder CO2 uitstoten.

Voor het project Limo-Green – waarin een hybride luxesedan op basis van een Jaguar wordt ontwikkeld die minder dan 120 gram CO2 per kilometer uitstoot – verzorgt Lotus de Power Unit die de elektromotor en accu’s moet ondersteunen. Overigens laat Lotus de stille hybridewagen gewoon brullen, als zat er een verbrandingsmotor in, met het Safe & Sound-systeem.

James Bond

Designhuis Giugiaro ontwierp de legendarische Lotus Esprit (1975). Op de Autoshow van Londen ontving Lotus Cars een gouden medaille voor het bodywerk van de Esprit, terwijl de Lotus Eclat en Elite er met het zilver en goud vandoor gingen.

De Lotus Esprit is bij het grote publiek vooral bekend als de auto van James Bond in de film The Spy Who Loved Me uit 1977. Naast het gebruikelijke afvuren van raketten uit de auto maakte agent 007 ook een fameuze onderwaterduik met de Esprit. De Bond-auto met ski’s op het dak was een Lotus Esprit Turbo-model uit 1981. Deze figureerde prominent in de film For Your Eyes Only.